9x Franse films op het International Film Festival Rotterdam

Op 23 januari 2019 barst in Rotterdam weer het  International Film Festival Rotterdam los. Een overzicht van de leukste Franse films die op het twaalfdaagse festival te zijn zijn. Monsieur Plusfours heeft in elk geval al veel zin in Une jeunesse dorée, want de nieuwste film met Isabelle Huppert.

Doubles vies
Typisch Frans, de welgestelde intellectuelen in Doubles vies: als ze elkaar niet de oren van het hoofd praten, duiken ze wel met elkaar in bed. En laat het maar aan Olivier Assayas over om daar een frisse, geestige film van te maken – want zijn personages mogen dan pompeus en soms onuitstaanbaar zijn, dit komische drama is dat allesbehalve.
Uitgever Alain (Guillaume Canet) en zijn vrouw Selena (Juliette Binoche) proberen zich zo goed mogelijk aan te passen aan het moderne leven. Hij werkt noodgedwongen aan de digitalisering van de boekenbranche, zij – ooit theateractrice – speelt in een langlopende politieserie voor televisie. Met hun vrienden, onder wie auteur Léonard (Vincent Macaigne), bediscussiëren ze de veranderingen in hun vakgebied. Maar blijft alles ondertussen niet hetzelfde? Gaandeweg neemt Assayas de hoofdpersonen steeds meer op de hak; ze zijn veel te veel met zichzelf bezig om te zien waarheen ze de koers zouden moeten verleggen.


C’est ça l’amour
“Als je terugkomt, ben ik veranderd”, belooft Mario. Armelle lijkt niet eens te overwegen om terug te keren naar haar gezinsleven, maar haar echtgenoot houdt hoop. Met de smoes dat hij nieuwe mensen wil ontmoeten, geeft hij zich op voor het theaterproject waar zijn vrouw als lichttechnicus werkt. Hij zal haar niet in de weg lopen, beweert hij. Maar intussen staat hij natuurlijk wel in haar schijnwerpers, voorzichtig pratend over zijn gevoelens.
Ontwapenend is het, hoe er in het potige lijf van hoofdrolspeler Bouli Lanners een verlaten hondje lijkt te zitten dat onbeholpen probeert om de aandacht van zijn echtgenote terug te krijgen. Mario weet zich geen raad met vrouwen, wat extra lastig is met een volle verantwoordelijkheid voor twee tienerdochters. Die op hun beurt weer niet snappen wat ze van hun vader kunnen verwachten. C’est ça l’amour is een roerende film over liefde en loslaten, incasseren en opnieuw ontdekken.

Un amour impossible
Ze is typiste en daarmee beneden zijn stand, maar dat weerhoudt rijkeluiszoon Philippe er niet van om de mooie Rachel te verleiden. Over een toekomst samen is hij duidelijk: die zit er niet in. Rachel accepteert de situatie, zelfs wanneer ze zwanger wordt.
In haar verfilming van de gelijknamige, succesvolle roman van Christine Angot, verteld vanuit het perspectief van Rachels dochter Chantal, bewijst Catherine Corsini dat luisteren naar je hart niet altijd verstandig is. Zeker niet eind jaren vijftig in provinciaals Frankrijk, waar klassenverschillen er nog toe doen. Rachel redt het wel, alleen met haar dochter, maar ze weet zich nooit helemaal los te maken van Philippe. Pijnlijk langzaam daagt bij Rachel het besef dat ze een verkeerde keuze heeft gemaakt. Met een sterke, ontroerende hoofdrol van Virginie Efira toont de chronologisch vertelde film haarscherp de onmogelijkheid – en de dramatische consequenties – van haar liefde voor Philippe.


Braquer Poitiers
Ergens in Frankrijk besluiten kleine criminelen Thomas en Francis om Wilfrid, de eigenaar van een autowasstraat, te gijzelen in zijn eigen huis. Het stockholmsyndroom lijkt Wilfrid parten te spelen wanneer duidelijk wordt dat hij wel degelijk weet dat Thomas en Francis er met zijn geld vandoor willen. Het maakt hem niets uit, want nu kan hij tijdens de gijzeling optimaal voor zijn tuin zorgen en heeft hij wat gezelschap. De zomer kabbelt verder en Franse vriendinnen vergezellen de kruimeldieven. Geleidelijk aan ontspoort de boel.
Braquer Portiers is een magnifiek gecomponeerde film. Het vangt de kleur en de traagheid van de hete zomer, en de soundtrack versterkt de sfeer waar nodig. De enscenering van de personages heeft een schijnbare lulligheid, maar is precies gekozen. Deze methode ontregelt en geeft de film de nodige dosis humor. De jonge filmmaker Claude Schmitz maakt ook uitgesproken theatervoorstellingen en werkt vaker met dezelfde acteurs.

 

Derrière les volets
Bij de lege Raverdykoffie- en chicoreifabriek blijven de deuren gesloten, net als alles eromheen. De regisseur, zelf afkomstig uit de Raverdy-familie en in verwachting van haar eerste kind, gaat op zoek naar de verhalen achter dit afgesloten stukje stad. Ze trekt in bij haar 91-jarige grootmoeder die aan de overkant woont. Via oude foto’s, reclamefolders, mythes, taalspelletjes, gesprekken met haar grootmoeder en voormalige vrouwelijke fabrieksarbeiders kan ze de gebeurtenissen van voor de sluiting stukje bij beetje achterhalen.
De herinneringen ontvouwen zich via verschillende verhaallijnen. In een poëtische filmstijl wordt de omgeving rond de fabriek afgetast en komt ook de geschiedenis van het klooster naast de fabriek naar boven. Deze sensitieve film is een reflectie op het onzichtbare en het vergeten, waarbij de vrouw en het veranderende lichaam centraal staan.

Le Grand Bal
Elke zomer verzamelen volksdansfanaten uit alle windstreken zich op een festival in het Franse Gennetines, waar de volksdans ruim een week alles bepaalt: Le Grand Bal de l’Europe. Overdag kunnen de duizenden bezoekers deelnemen aan diverse dansworkshops, ’s avonds wordt in diverse tenten live muziek gespeeld en worden de mazurka en bourree in praktijk gebracht. Slapen in je tent komt later – of helemaal niet.
De camera volgt zwierende dansparen over steevast gevulde vloeren. Rond en rond gaat het. Soms in duizelingwekkend tempo, soms verstild, dan weer uiterst sensueel. Tussendoor worden de dansers gefilmd rondom de camping, waar gesproken wordt over danssessies, sociale regels en de plekken waar je moet zijn als de oudjes al slapen. De observaties van deze hechte festivalgemeenschap vallen samen met de in voice-over uitgesproken persoonlijke, vaak poëtische beschouwingen van de maker. Haar verhalen over dans en haar familiegeschiedenis bepalen haar kijk op het evenement, en onderstrepen zo de enthousiasmerende beelden van dit festivalleven.

 

Ma nudité ne sert à rien
Marina de Van is als romancier, actrice/scenarist voor François Ozon (Sous le sable, 8 femmes) en regisseur (haar choquerende debuut Dans ma peau (2002), waarin ze een vrouw speelt die zichzelf verminkt) onverschrokken en er immer op gebrand taboes te doorbreken en zichzelf bloot te geven. Ma nudité ne sert à rien, grotendeels home-made en onder de radar gefilmd, is een moedig zelfportret van De Van als dolende ziel van in de veertig, die zichzelf vragen stelt over haar werk, lichaam en relaties in een tijdperk van datingapps en one-night stands.
Zoals de titel al aangeeft, onthult De Van alles, maar haar naaktheid is eerder mysterieus dan aanstootgevend: het is het belangrijkste special effect in een zeer ontroerende, obsessieve film die fictie en documentaire vermengt. Laten we de maker tegenspreken en zeggen dat haar naaktheid wel iets betekent. Het is een masker, en een spiegel voor haar angsten en fantasieën omtrent liefde, lust en verbinding met anderen.

Une jeunesse dorée
Parijs, 1979. De jonge, onschuldige Rose en Michel genieten volop van hun eerste romance. Hun trefpunt is Le Palace, de hipste club in de stad waar kunstenaars, sterren en excentriekelingen tot in de kleine uurtjes feesten en dansen. Hier ontmoeten ze Lucille (Isabelle Huppert) en Herbert, een rijk, decadent, bourgeois stel dat hen meesleurt in een bizarre vierhoeksverhouding.
Une jeunesse dorée is wederom autobiografisch en in wezen een vervolg op Ionesco’s eerste speelfilm My Little Princess (2011), ook met Huppert. Ze reconstrueert de wilde glamourfeesten uit haar jeugd en levert een spookachtig, met bont en fluweel uitgedost coming of age-verhaal af waarin jonge mensen afgericht en verslonden worden door wolfachtige volwassenen. Gezegend met de zinnelijkheid van de Brigitte Bardot van de jaren zestig en de kitscherige sexappeal van Mae West, gaat actrice Galatea Bellugi als Rose modieus gekleed in schaapskleren, in dit sprookje dat is opgetekend met lippenstiftstrepen en eyeliner.

Montage muet français Palais des Congrès
Op 2 maart 1974 vertoonde Henri Langlois, medeoprichter van de Cinémathèque française, een deels geïmproviseerde montage van films en fragmenten uit Franse zwijgende films. Langlois begon zijn presentatie annex performance annex montage met opnamen van Nadar en de gebroeders Lumière en vervolgde met fragmenten uit werken van pioniers als Lucien Nonguet, Ferdinand Zecca, Léonce Perret en Georges Monca. Daarna toonde hij voorbeelden van de genialiteit van René Clair, Abel Gance of Marcel l’Herbiert en sloot af met een scène uit het nogal obscure Minuit… Place Pigalle (1928; René Hervil), uit de nadagen van de zwijgende film.
Tussen dit alles door vinden we volledige films met een bijzondere culturele waarde zoals Clément Maurices Le duel d’Hamlet (1900) met Sarah Bernardt of een filmversie van Oedipus met de beroemdste vertolker van die rol uit de belle époque, Mounet-Sully. Zoals voor veel van deze werken geldt, is er over de laatstgenoemde niets bekend. Misschien heeft Langlois die kennis mee het graf in genomen en moeten we die opnieuw verwerven.

(Bron: alle filmbeschrijvingen zijn afkomstig van iffr.com)

© Monsieur Plusfours 2019

NOG MEER TIPS VOOR PARIJS? MELD JE AAN VOOR DE GRATIS MAANDELIJKSE NIEUWSBRIEF!

Reageer

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn aangegeven met een '*'